Welkom bij

Wereldwinkel Woerden

Gepofte quinoarepen met pindakaas en chocolade

18 repen

Bereidingstijd 20 min.

Zin in een lekkere zelfgemaakte snack? Deze gepofte quinoarepen zijn leuk om samen te maken met de kinderen of gewoon voor jezelf. Maak er veel in één keer, dan kun je ze ook meenemen naar het werk als tussendoortje. Voor dit recept heb je een ovenschaal of bakplaat van ca. 30×40 nodig en bakpapier. Wanneer je zin hebt in iets zoets, maak dan eens deze Braziliaanse brigadeiros.

Ingrediënten van fairtrade original:

100 gr hagelslag puur

250 gr pindakaas

2 el kokosolie

Een draai zeezoutmix kokos, citroen, koriander

Je kunt voor deze repen de (ongezouten ongebrande) noten, pitten of zaden gebruiken die je zelf het lekkerst vindt.

Overig:

10 medjoul dadels

30 gr gepofte quinoa

50 gr ongezouten ongebrande cashewnoten

80 gram pitten en zaden mix (of pitten en zaden naar keuze)

Bereidingswijze

Ontpit de dadels, snijd ze fijn en hak de cashewnoten grof.

Smelt de kokosolie in een steelpan en roer hier de pindakaas en de gehakte dadels door. Roer net zo lang tot er een mooie massa ontstaat en breng deze tegen het kookpunt. Houd al roerend 3 minuten tegen het kookpunt aan.

Haal de pan van het vuur en roer de cashewnoten, pittenmix, gepofte quinoa en de hagelslag erdoor.

Bekleed de ovenschaal met bakpapier en giet hierin het notenmengsel. Druk overal goed aan en zorg dat het mengsel op alle plekken even dik is. Bestrooi eventueel met een klein beetje zeezoutmix.  Zet de schaal in de koelkast tot het geheel goed stevig is (in ieder geval 4 uur).

Snijd de hard geworden massa in gelijke repen. Verpak deze per stuk in bakpapier of plasticfolie en bewaar ze in de koelkast.

Historie en achtergronden:

De Azteken en Inca’s aten al pindakaas, niet echte smeerbare maar zij aten vermalen geroosterde pinda’s. Met een beetje fantasie kun je dat natuurlijk pindakaas noemen..

De naam “pindakaas” komt waarschijnlijk uit Suriname, in 1783 stond in het Neger-Englisches Wörterbuch van C.L. Schumann het woord “Pinda-Käse” genoemd als vertaling van het gerecht “pinda-dokunnu”, in het huidige Sranan “pindadokun”.

Wie maakte pindakaas smeerbaar?

In 1884 patenteerde de Canadese scheikundige Marcellus Gilmore Edson pindadeeg. Hij was hiermee de eerste.

In 1895 kreeg meneer Kellogg (ja die van de cornflakes) een patent op een proces voor het maken van pindakaas van rauwe pinda’s. Hij vond dat de pindakaas een eiwitrijke vervanging van vast voedsel kon zijn voor mensen zonder tanden.

In 1903 patenteerde Dr. Ambrose Straub uit St. Louis Missouri een machine die peanut butter kon maken.

In 1922 bedacht de chemicus Joseph Rosefield een werkwijze voor het vervaardigen van smeerbare pindakaas. In 1928 gaf hij zijn licentie aan de Pond Company, de makers van “Peter Pan pindakaas“.

In 1932 begon hij zelf met het produceren van pindakaas onder de naam Skippy. Leuk weetje: deze 2 merken bestaan nog steeds.

Degene die de meeste aanspraak kan maken op de huidige populariteit van pindakaas is misschien wel de landbouwkundig scheikundige en botanicus George Washington Carver. Hij ontdekte maar liefst honderden toepassingen voor pinda’s en voor sojabonen, pecannoten en zoete aardappelen. Carver heeft nooit patent aangevraagd voor “zijn pindakaas” omdat hij vond dat voedingsmiddelen een gaven van God zijn.